Laten we het over termieten hebben

Laten we het over termieten hebben

 

Termieten worden meestal ingedeeld op basis van hun leefwijze en vochtbehoefte, niet zozeer in één strakke lijst van losse soorten (er zijn er wereldwijd zo'n 3000).
 

De vier hoofdgroepen zijn:
 

Ondergrondse termieten (Rhinotermitidae) zijn wereldwijd de meest voorkomende en schadelijke groep. Ze leven in de bodem en hebben contact met grondvocht nodig. Bekende geslachten zijn Reticulitermes (algemeen in Europa en Noord-Amerika), Coptotermes (waaronder de zeer destructieve Formosaanse termiet Coptotermes formosanus) en Heterotermes. Ze bouwen modder-tunneltjes om vanuit de grond bij hout te komen.
 

Dan zijn er Drooghouttermieten (familie Kalotermitidae). Ze leven volledig ín het droge hout zelf en hebben géén contact met de bodem of externe vochtbron nodig — ze halen hun vocht uit het hout en uit hun eigen stofwisseling. Daardoor zijn dit juist de soorten die je in meubels, dakconstructies, vloeren en balken van woningen zou kunnen aantreffen. Belangrijke voorbeelden zijn het geslacht Cryptotermes, Incisitermes en Kalotermes flavicollis, die in het Middellandse Zeegebied voorkomt.  Ongeveer 15 procent van alle soorten termieten, kunnen als drooghout termieten aangemerkt worden.
 

Vochthouttermieten (o.a. Archotermopsidae, met geslacht Zootermopsis) leven juist in nat, rottend of vochtig hout, bijvoorbeeld dode boomstammen of door lekkage aangetast bouwhout. Ze duiken in woningen vooral op waar al een vochtprobleem is.

 

Hogere termieten (Termitidae) vormen de grootste familie, maar zijn vooral tropisch. Veel van hen zijn de bekende heuvelbouwers en schimmelkwekers; deze zijn voor woningen in gematigde streken minder relevant.

 

Termieten en constructief hout

 

In Europa zijn er in de praktijk twee drooghouttermieten van betekenis die in constructiehout kunnen leven, plus enkele randgevallen.

 

De geelnek-drooghouttermiet (Kalotermes flavicollis)

 

Dit is de enige drooghouttermiet die van nature in Europa voorkomt. Het verspreidingsgebied ligt rond het Middellandse Zeegebied: Zuid-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, plus geïntroduceerd op de Azoren. Het is de soort die in 2025 in de Nederlandse olijfboom werd gevonden. De soort tast van oorsprong vooral loofbomen, fruitbomen en wijnstokken aan, maar staat in Zuid-Europa ook bekend als plaag in houten constructies — met name in kerken en musea, waar het zowel dragende balken als houten objecten aanvreet. Voor CLT geldt: het materiaal is in principe geschikt droog hout, maar deze soort heeft een uitgesproken voorkeur voor loofhout, terwijl CLT vrijwel altijd van naaldhout (vuren/spar) is gemaakt. Dat maakt naaldhouten CLT een minder voor de hand liggend doelwit.

 

De West-Indische drooghouttermiet (Cryptotermes brevis)

 

Dit is wereldwijd de beruchtste drooghouttermiet in gebouwen, en de meest destructieve in droog constructiehout. De soort komt niet van nature in Europa voor, maar is een invasieve exoot die meelift met meubels en hout. In Europees gebied is hij gevestigd op de Azoren (Portugal), waar hij als de schadelijkste drooghoutsoort geldt en honderden kleine kolonies in één enkel stuk hout kan vormen. Hij is ook in Italië gesignaleerd. Deze soort is juist wél een typische bewoner van structureel bouwhout, meubels, boten en houten objecten, en verdraagt zeer lage houtvochtgehaltes. Van de Europese drooghouttermieten is dit degene die het beste in droog naaldhouten constructiemateriaal zoals CLT zou kunnen overleven. Hij blijft in continentaal Europa echter zeldzaam en lokaal.

 

Nederlandse situatie

 

In 2025 werd voor het eerst in Nederland een kolonie van de geelnek-drooghouttermiet (Kalotermes flavicollis) gevonden — binnenshuis, in een dood deel van een oude olijfboom die uit Zuid-Frankrijk afkomstig was. DNA-onderzoek wees op die herkomst. Deze soort geeft de voorkeur aan loofhout. Het is de eerste drooghouttermiet en de vijfde termietensoort die in Nederland met een vitale kolonie is vastgesteld.

 

Deze soort is van origine wijdverspreid langs de Middellandse Zeekust in Zuid-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en leeft verborgen in droog (dood) hout van fruitbomen, wijnstokken en houtconstructies. De alaten (gevleugelde voortplanters) zijn herkenbaar aan een gele nek, gele poten en antennen die contrasteren met een donkerbruine kop en lichaam.

 

Belangrijk om te weten: er is geen aanwijzing dat deze geïmporteerde kolonie zich verder heeft gevestigd of verspreid in Nederland. Wel is het volgens de onderzoekers waarschijnlijk dat de soort op meer plekken is binnengebracht via mediterrane planten.

 

Voortplanting en verspreiding

 

De natuurlijke verspreiding van drooghouttermieten gaat verrassend langzaam en over korte afstand. Dat staat in scherp contrast met hoe ze in de praktijk over de wereld reizen — namelijk meeliftend met menselijke handel.

 

Hoe ze het doen: de zwermvlucht

 

Een kolonie verspreidt zich via gevleugelde voortplanters, de alaten of "zwermers". Pas wanneer een kolonie volwassen is — bij drooghouttermieten duurt dat doorgaans ongeveer vijf jaar — produceert ze deze gevleugelde dieren. Op een geschikt moment (warmte, vaak een bepaald seizoen) verlaten ze tegelijk het nest. Die gelijktijdigheid is geen toeval: synchroon zwermen vergroot de kans op een partner en vermindert inteelt.

 

Het verloop is steeds hetzelfde: de alaten vliegen op, paren zich af, en werpen kort na de landing hun vleugels af. Een afgepaard mannetje en vrouwtje zoeken samen een geschikte plek in droog hout — een spleet, scheur, kwast, naad of nagelgat — kruipen daar naar binnen en stichten een nieuw nest. Dat paartje wordt de koning en koningin. De meeste zwermers halen dit niet; ze worden gegeten door vogels, mieren en reptielen of drogen uit.

 

Hoe ver: niet ver op eigen kracht

 

Drooghouttermieten zijn slechte vliegers. Ze fladderen niet doelgericht over grote afstanden, maar laten zich vooral met de wind meedrijven. Daardoor komen ze meestal niet ver van hun startpunt. Voor de westerse drooghouttermiet (Incisitermes minor) wordt expliciet beschreven dat de alaten zich juist hierdóór niet ver van hun emergentiepunt verplaatsen. Onderzoek naar invasieve termieten bevestigt het bredere beeld: verspreiding in natuurlijke habitats verloopt traag, door de combinatie van lange generatietijden en de korte vliegafstand van de alaten.

 

Concrete afstandscijfers variëren per soort en zijn sterk windafhankelijk, maar het gaat doorgaans om tientallen tot hooguit enkele honderden meters — niet om kilometers. Vaak verspreidt een aantasting zich zelfs binnen hetzelfde gebouw of dezelfde boom: alaten uit een bestaande kolonie zoeken simpelweg een nieuwe spleet vlakbij en stichten daar een satellietnest. Een huis kan zo meerdere onafhankelijke kolonies herbergen.

 

Hoe groot is de kans dat constructief hout en met name CLT wordt aangetast?

 

Een drooghouttermiet sticht een nieuwe kolonie doordat een afgepaard alaatpaartje na de zwermvlucht een spleet in blootliggend hout binnenkruipt. Staat er een dichte gevel (bijvoorbeeld een gemetseld buitenspouwblad of een gesloten bekleding) vóór de houten constructie, dan is dat hout afgeschermd van directe landing en kolonisatie. De zwermers kunnen het dragende hout simpelweg niet bereiken zolang er geen openingen zijn die naar het hout leiden. In die zin verlaagt een goed dichte gevel de kans op een nieuwe aantasting via de lucht. Dat sluit aan op het feit dat deze termieten slechte vliegers zijn die niet ver komen: als ze bij de gevel aanlanden maar geen toegang vinden tot hout, drogen ze uit of worden ze gegeten voordat ze een nest stichten.

 

In relatie van woningbouw is dit van belang. De realistische route waarlangs Kalotermes flavicollis hier in een woning belandt, is niet dat zwermers van buiten je gevel binnendringen — het klimaat ondersteunt buiten nauwelijks vrij zwermende kolonies, en de soort is hier vrijwel uitsluitend via import van besmet hout (de olijfbomen) aangetroffen. Een gevel met spouw én isolatie ervoor beschermt dus goed tegen het toch al kleine risico van kolonisatie van buitenaf. Het beschermt je niet tegen hout dat al besmet de constructie in is gegaan, maar dat scenario is bij regulier, gedroogd en gekeurd bouwhout zeer onwaarschijnlijk. Specifiek voor CLT constructies is het goed om te bedenken dat het naaldhout is en Kalotermes flavicollis heeft voorkeur voor loofhout.
 

Bronnenlijst

 

“De geelnekdrooghouttermiet Kalotermes flavicollis (Blattodea: Kalotermitidae) voor het eerst in Nederland” (2025), via ResearchGate:
https://www.researchgate.net/publication/395172728

 

Nederlands Soortenregister, “Eerste drooghouttermiet in Nederland”: 

https://www.nederlandsesoorten.nl/node/1070

Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD), pagina Termieten:
https://www.kad.nl/kennisbank/dierplagen/termieten/


NVWA-risicoscan en beleidsadvies NOS Nieuws, “Termieten vestigen zich steeds vaker in Nederland, onderzoekers vragen om maatregelen” —
https://nos.nl/artikel/2617646.

 

De soort en haar gedrag in Europa “Attacks of Kalotermes flavicollis and Associated Aspergillus Species” (Mirabile et al., 2024, Insects, DOI 10.3390/insects15110899) —
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11595191/

Wikipedia, “Kalotermes flavicollis” — https://en.wikipedia.org/wiki/Kalotermes_flavicollis. Verspreiding rond het Middellandse Zeegebied en introductie op de Azoren.

De West-Indische drooghouttermiet en invasieve verspreiding Wikipedia, “Cryptotermes brevis” —
https://en.wikipedia.org/wiki/Cryptotermes_brevis.

“A 13-year termite monitoring programme in the Azores” (PMC)
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12576479/

Taxonomie en aandeel drooghouttermieten Wikipedia, “Termite” —
https://en.wikipedia.org/wiki/Main_Page

Termite (ca. 3000 beschreven soorten; ~2125 in de Termitidae) en “Kalotermitidae” —
https://en.wikipedia.org/wiki/Kalotermitidae